|
Op internet vond ik onderstaand boeiend interview dat zeer handig is voor wandelaar die deze tocht even willen overdoen.
Interview Annick Kampen – 13 december 2004
Annick Kampen is een sportieve dame (60j) afkomstig uit Merksem. Haar binding met de Schelde is groot. Elke week is ze wel te vinden langs deze majestueuze rivier om stoom af te blazen of zomaar om de sfeer letterlijk ‘op te snuiven’.
Een paar jaar geleden tijdens een bezoekje aan het kasteeltje (nu bezoekerscentrum) de Notelaer in Bornem kwam ze op het idee om met dit ‘Scheldegevoel’ iets te doen. Fervente wandelaarster als ze is, besloot ze om samen met een vriendin op zoek te gaan naar de bron van de Schelde en haar loop te volgen tot in Antwerpen. Ook het ‘leven’ zelf, het ‘brongevoel’ dat dit met zich meebrengt en het gedicht van Emile Verhaeren ‘L’Escaut’ sterkte dit idee. Tijdens haar zoektocht naar informatie via onder andere toeristische diensten, op internet en via stafkaarten, kwam ze snel tot de conclusie dat de bestaande routes enkel gebaseerd waren op lussen of slechts beperkte stukjes langs de Schelde. Ze besloot dan maar zelf een tocht uit te stippelen samen met haar man en vriendin. Zo vertrokken Annick en Bernadette dan in september 2004 in Gouy, met haar man in de ‘bezemwagen’ om hen door de moeilijkste stukjes heen te loodsen, de picknik te verzorgen en de bagage te vervoeren. Een derde vriendin vervoegde hen dan onderweg. Het verhaal van drie moedige dames!
Hoe zou u uw tocht kort beschrijven?
A.K.: ‘Het was mooi van de eerste tot de laatste dag. En heel rustgevend. We hebben weliswaar de steden Valenciennes en Gent overgeslagen en bij de start moesten we af en toe terugkeren wegens privébezit, maar voor de rest hebben we de loop van de rivier redelijk goed kunnen volgen. Het klinkt misschien heel eentonig, maar dat is zeker niet zo! Het landschap verandert constant. Je leert ook het leven van schippers kennen, waarbij we langzaam de tekens en gewoonten doorkregen en er ook een vorm van contact was als we elkaar telkens voorbijstaken.’
Wat was jullie voornaamste drijfveer?
A.K.: ‘We wilden een mooie en bereikbare wandeltocht maken die voor iedereen geschikt is, dus ook voor mensen die een dagje ouder worden. Niet iedereen kan in de bergen gaan wandelen en dit is in alle opzichten een bereikbaar alternatief. Veel mensen zeiden: ‘daar heb ik nu nog nooit aan gedacht!’, terwijl het een zo voor de hand liggende keuze is. Alleen bestaat er nauwelijks gedetailleerde informatie over. Daarom hebben we ook alles nauwgezet genoteerd tijdens onze tocht.’
Waren er grote verschillen tussen Frankrijk en België?
A.K.: ‘In Frankrijk liepen we vooral op aardewegjes waar we regelmatig werden aangesproken door andere wandelaars. Dat is heel aangenaam stappen. Het was ook veel rustiger. In België zijn de jaagpaden allemaal gebetonneerd en hierover werden in Frankrijk dan weer regelmatig grapjes gemaakt door de plaatselijke bevolking! Heel confronterend wel. In het begin was het water ook nog heel proper en in Frankrijk is ook de begroeiing langs de dijken anders. Grote rietkragen zoals rond Bornem vind je daar bijvoorbeeld niet. De dijken zijn er ook smaller natuurlijk, je loopt er dichter bij het water en dat geeft toch wel een ander gevoel. Ook kom je pas cafeetjes tegen als je eenmaal in België bent! Toch wel goed om te weten als je af en toe pauzes wilt inlassen. In Frankrijk heb je het grootste verval, met veel sluizen dus, die telkens mooi versierd waren met bloemen en teksten.’
Hoe lang hebben jullie er uiteindelijk over gedaan?
A.K.:’ We zijn 11 dagen weggeweest, waarvan 9 stapdagen. Het was voor ons wel echt vakantie, met veel aandacht voor de omgeving. Geoefende stappers kunnen het ongetwijfeld veel sneller. Meestal stopten we al rond 16u en hadden dan een 20 à 25 km gewandeld. Het moeilijkste was om de juiste weg te vinden. Er komen veel kleine stroompjes toe in de Schelde en je moet zien dat je aan de juiste kant verder loopt, wat niet altijd evident is. Soms was het wel wat vreemd dat er heel weinig aanwijzingen langs de Schelde zijn over waar je je bevindt en dat is echt wel een nadeel. Met de auto moest mijn man soms grote omwegen maken, hij heeft toch een 1000 km gereden! Maar hierin zit wel ook het zoeken naar slaapplaatsen en het vervoer hier naar toe. Het vraagt dus wel wat voorbereiding, want het moet zeker mogelijk zijn om dichter bij de Schelde te overnachten. Daarom hoop ik dat de beschrijving van onze tocht toch al wat werk zal uitsparen voor mensen die het ook eens willen proberen.’
Wat was uw mooiste ervaring?
A.K.: ‘Het meest pakkend was de schoonheid en de rust van het water en het leven op de Schelde van de schippers. Je ziet ook echt de belangrijkheid van de rivier toenemen. In Sint-Amands hadden we een heel intense Schelde-ervaring bij zonsondergang tijdens een overnachting op een boerderij! Maar eigenlijk was het allemaal heel erg mooi en moeilijk met elkaar te vergelijken. Het contact met de plaatselijke bevolking was ook heel aangenaam. Soms kregen we meer uitleg over hun eigen activiteiten, over de werking van de sluizen aan de monding van de Dender bijvoorbeeld. De veren waren ook altijd een belevenis op zich en een welkome afwisseling. Mijn man is meer een natuurbelever en heeft heel veel plezier beleefd aan de vele vogels. Zelf vond ik de vele ijsvogeltjes een plezier voor het oog.’
‘Als inwoner van Antwerpen vond ik het een mooie verrassing om te zien dat de stad Antwerpen de inwoners van Gouy (aan de bron van de Schelde) bedankt omdat ze de hoeders zijn van de Schelde waar Antwerpen rijk door is geworden. Antwerpen heeft ook na de oorlog het gemeentehuis en de kerk van een schooltje terug opgebouwd.’
Tot waar zijn jullie dan uiteindelijk geraakt te voet?
A.K.: ‘We werden overgezet in door het voetveer in Kruibeke en van daar konden we te voet verder tot aan de kaaien van Antwerpen. Dat stukje was uiteraard minder mooi maar had dan weer andere aspecten die de moeite waard waren. Al was het maar het gevoel dat je zo echt Antwerpen binnengewandeld komt!’
Zijn jullie van plan om de Schelde ooit af te wandelen tot aan de monding?
A.K.: ‘Dat staat zeker in onze planning! Misschien zelfs dit jaar nog. We weten alleen nog niet welke kant we dan zullen nemen. Ook het afwandelen van de Dender werd ons voorgesteld door de plaatselijke bevolking. Een tip die we graag zullen volgen!’
Veel succes!
|